diensten

over ons

April = 15 jaar broadcastyourbusiness! Bij de lancering in april 2009 gebeurde er iets bijzonders: een reporter van het lokale Amerikaanse channel WBYT kwam op bezoek met de vraag: ‘Have the Dutch gone television crazy?’

Naast de bestaande 15 televisiezenders met landelijke dekking werd een nieuw concept geïntroduceerd: broadcastyourbusiness, met als doel: elke organisatie een eigen Online TV channel.

Deze internationale aandacht was opvallend en een Nederlandse journalist vertrouwde het niet. Hij dook erin en ontdekte dat de Amerikaanse reporter een acteur was, Michael Krass. ‘Got you,’ dacht de journalist en publiceerde zijn ontdekking…. om vervolgens te ontdekken dat het 1 april was.

De grap was geslaagd en broadcastyourbusiness van start.

De lanceringsvideo is hier nog te zien. https://vimeo.com/manage/videos/69431830

Het was geen mediastorm, maar een briesje waarmee we 15 jaar geleden van start gingen. We hadden de wind in de rug, want video was booming, mede dankzij You Tube dat 4 jaar eerder was opgericht.

De naam broadcastyourbusiness  was trouwens geïnspireerd op de slogan die You Tube in die tijd voerde: ‘broadcast yourself’.

Mijn slogan werd: ‘broadcast your business – connect with your clients’.

Mediabureau Kobalt was de eerste die een Online TV Channel bestelde. Daar leek het niet op toen ik over het concept in gesprek ging met CEO Marceline Beijer. Ze gaf aan dat ze had besloten om communicatie te downsizen, maar na mijn pitch zei ze: ‘We gaan ervoor!’ Nogmaals bedankt Marceline! 

In 2010 woonden we zo’n beetje op de Woonbeurs Amsterdam; overdag maakten we opnames met designers, trendsetters, standhouders en redacteuren van woonbladen als VT Wonen, Eigen Huis & Interieur en 101 Woonideeën. ’s Middags begonnen we met monteren, zodat er ’s avonds een aflevering van Woonbeurs TV live kon gaan. Een super ervaring met dank aan Ingrid van Schooten.

‘Story’ werd in de loop der jaren mijn stokpaardje, omdat digitale camera’s betaalbaarder werden en videomakers als paddenstoelen uit de grond schoten, maar een verhaal vertellen bleek een vak apart.

Mijn achtergrond als scenarioschrijver bleek cruciaal toen in 2020 ‘webinar’ het woord van het jaar werd. Hoe houd je een publiek een uur lang online geboeid? Het antwoord is een oude scenario-regel: ‘Don’t tell ‘m, show ‘em.’

Actie, er moet iets gebeuren in beeld, ook als het een talkshow is. Met een strakke spanningsboog, afwisseling, cliffhangers en interactie maakten we Online TV-shows.

Dat doen we nog steeds en daarmee lijkt na 15 jaar de cirkel deels rond; het werden geen channels, maar Online TV-shows. En daarnaast nog steeds veel video’s, die we schrijven, regisseren en produceren.

Ik wil al mijn opdrachtgevers van de afgelopen 15 jaar een dikke hug geven voor het vertrouwen en de samenwerking.

Wat de toekomst brengt? Ik verwacht een video-boost met AI dimensies die ons zullen verrassen en verbazen.  

It’s video, but not as we know it.

Stay tuned.  

Wil je iets mailen over 15 jaar broadcastyourbusiness? Stuur het naar: henkjan@broadcastyourbusiness.nl 

Hoyte van Hoytema ontving vorige week een Oscar als director of photography van de film Oppenheimer. Een gewone jongen uit Dinteloord op de top van film Olympus. Waar een klein land groot in kan zijn.

Hoewel… Hoyte werd twee keer afgewezen voor de filmacademie in Amsterdam en heeft nog nooit een Nederlandse film gedraaid. Ook staat hij niet te popelen om dit te gaan doen, zo las ik in het verslag van de Oscar-night.  

Is Hoyte nog steeds boos vanwege die afwijzingen voor de filmacademie? Nee, hij is ons landje allang ontgroeid met titels achter zijn naam zoals Dunkirk, Interstellar, Her en James Bond’s Spectre. 

Hoyte volgt in de voetsporen van Jan de Bont (o.a. Die Hard, The Hunt for Red October), Theo van de Sande (o.a. Blade, Volcano) en wijlen Robby Müller (o.a. Paris, Texas met in de hoofdrollen Harry Dean Stanton en de gitaar van Ry Cooder); Nederlandse directors of photography die het hebben gemaakt in Hollywood.

Theo van de Sande zegt in een Volkskrant artikel over succesvolle Nederlandse cameramensen: ‘Als ze in Amerika horen dat de cameraman uit Nederland komt, halen ze altijd meteen die Dutch masters erbij: Rembrandt, Van Ruysdael en Vermeer…. Je groeit op met dat ontzettend mooie, lage Nederlandse licht. Heel anders dan wat ze kennen in Hollywood. Echt gruwelijk daar, dat licht.’

Aanrader: de documentaire Dutch Light over de invloed van het Hollandse licht op schilders in de Gouden Eeuw en schilders van nu.

Hoyte sloot zijn Oscar-speech af met een oproep aan aspirant-filmmakers om zich net als hij toe te leggen op dat ‘ongelofelijke nieuwe hippe celluloid’. Dat fysieke filmmateriaal, dat het steeds vaker aflegt tegen de digitalisering van de cinema, maakt alles ‘zo veel mooier,’ aldus Hoyte.

Dat citaat is een mooi bruggetje naar een artikel in het wetenschappelijke katern van de Volkskrant over het Open AI programma Sora. Simpel gezegd werkt dat zo: je voert een tekst in en Sora zet dit om naar video. Dat konden al meer programma’s, maar Sora tilt het naar een ander niveau, aldus Theo Gevers, hoogleraar computer vision aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Het beeld is haarscherp, vele malen beter dan andere AI-modellen van het moment. Daarnaast zijn de video’s een minuut lang, in plaats van een paar seconden. Sora is eigenlijk onvergelijkbaar met de concurrentie,’ aldus de hoogleraar.

De kwaliteit van deze tekst-naar- video programma’s is in één jaar tijd zoveel beter geworden dat ik de vraag stel: wint Sora over een paar jaar een Oscar? Kan Hoyte dan zijn 25 kg zware camera waarmee hij dat ‘hippe celluloid’ maakt aan de wilgen hangen?

Oscars 2027

Beste film: Bye bye Humans. 

Script: ChatGPT 

Director of photography: Sora. 

Even inzoomen: Sora maakt een video door enkele afbeeldingen, ook wel ‘frames’ geheten, aan elkaar te plakken. De objecten in opeenvolgende frames staan steeds op een net iets andere plek, waardoor de illusie van een vloeiende beweging ontstaat, staat in het artikel.

Maar hoe komt Sora aan haar afbeeldingen?

Het programma wordt getraind door talloze video’s en foto’s te bekijken, elk voorzien van labels die beschrijven wat op de foto’s te zien is.

En daar zit een juridisch addertje onder het gras. Net als ChatGPT dat getraind wordt door talloze artikelen te lezen waarop copyright rust, geldt dat ook voor de video’s en foto’s die Sora bekijkt. De rechten daarvan liggen bij derden.  

Is Sora dan het betere jatwerk? En worden de Oscars over een paar jaar een strijd tussen juristen. Wordt het dan een nagelbijtende thriller? Of een romcom waarbij Sora het hippe celluloid verleidt?   

Sora komt later dit jaar beschikbaar voor het grote publiek. Ik kan niet wachten om de mogelijkheden te verkennen, maar tegen mijn opdrachtgevers zeg ik nu al: blijf eigen content filmen, want dat voorkomt gedonder met copyright. Gebruik Open AI programma’s als Sora om je eigen content spectaculairder en mooier te maken. Dan omzeil je een juridische valkuil en heb je ‘best of both worlds’.

Vragen, ideeën, behoefte aan meer informatie? Mail me rechtstreeks:  henkjan@broadcastyourbusiness.nl 

De Tatta’s, Hardcore never dies, Soof, Anne+, Mocro Maffia; de makers van deze commercieel succesvolle films en series komen aan het woord in de podcast The Bigger Picture.

Initiatiefnemer en interviewer is Jeroen Koopman, oprichter van film- en productiehuis NewBe. Inmiddels is aflevering 8 van The Bigger Picture online en veel van de makers die Jeroen interviewt zijn selfmade mannen en vrouwen. De meesten hebben vaak zonder filmacademie met vallen en opstaan hun eigen succes gecreëerd. 

Het zijn makers en ondernemers die niet aankloppen bij het filmfonds voor subsidie, maar deals sluiten met Netflix, Amazon prime Video, Videoland of de NPO. Dat maakt de verhalen in deze podcast entertaining en inspirerend voor mij als corporate videomaker.

Jeroen Koopman durf ik ook een selfmade media-man te noemen.

Ik interviewde hem zeven jaar geleden voor mijn column Hitchcock & the age of video. ‘Al onze producties zijn een mix van social, story en personality,’ zei hij toen, ‘we ontwikkelen merken voor de digital content era met een focus op  millennials en Gen-Z.’

Ik had hem toen kort daarvoor ontmoet op het  Nederlands filmfestival, waar hij vertelde over zijn toen nog uit te komen film Misfit. Het klonk als een jongensboek; zonder subsidie je eerste speelfilm zelf produceren en financieren. Er waren 150.000 bezoekers nodig om uit de kosten te komen, vertelde hij.

Het werden er veel en veel meer en inmiddels zijn er meerdere Misfit-films en remakes voor andere landen uitgebracht.

Niet lang na dat interview heb ik een idee voor een comedyserie bij hem geptiched, want het contact was warm geweest. Jeroen was enthousiast, maar zijn creatieve team geloofde er niet in. 

Ach, iedereen kan zich vergissen – grapje-.

Het creative team heeft een neus voor succes, want de prijzenkast bij NewBe is goed gevuld, o.a. met een Emmy Award; een Amerikaanse prijs die wordt uitgereikt om buitengewone prestaties in de televisie-industrie te belonen.

Een rode lijn door de podcast is het spanningsveld tussen artistieke creatie en commercie. Rachel van Bommel, eigenaar van Millstreet Films met titels als Loft, Soof en Anne +, vertelt dat ze als gastdocent op de filmacademie het gevoel kreeg dat er al een kruisje achter haar naam stond. ‘Wij houden van een ander soort films,’ zeiden studenten haar zonder gêne.

Kaja Wolffers, Head of Content and Programming bij Amazon Prime Video, vindt dat we film te veel als kunstproject zien. Hij meent dat de filmacademie anders georganiseerd moeten worden. En dat filmstudenten veel beter zouden worden als ze ervaring opdoen bij producenten waar ze nu een kruisje achter de naam zetten.

Jamal Attache, producent en regisseur van De Tatta’s vertelt hoe zijn film bijna werd gecanceld voordat die was gemaakt. Aanleiding was een aankondiging die verkeerd werd geïnterpreteerd in de pers. In een talkshow ging zijn project over tafel als ‘iets wat echt niet meer kan’. De redactie had niet de moeite genomen om hem vooraf te bellen.

Gevolg: acteurs trokken zich terug, soms op aanraden van hun agenten. Paniek in de tent bij Jamal, maar uiteindelijk een happy end: de film werd gemaakt en met 700.000 bezoekers in de bioscoop was het wekenlang de beste bezochte speelfilm in Nederland.

Het is een uitdaging om mensen naar de bioscoop te krijgen, maar het is wellicht een nog grotere uitdaging om mensen naar een corporate video te laten kijken met als doel dat ze in actie komen. 

Dat is het spanningsveld waar ik dagelijkse in werk. Ook hier is er continu een afweging tussen commercie en artistieke creatie. Dat gaat gepaard met interessante gesprekken, want opdrachtgevers kunnen huiverig zijn voor een opvallend idee, want: ‘we zijn een serieus bedrijf.’

Anderen geven juist artistieke vrijheid en investeren in concepten en scripts, want ze weten dat corporate video markt een vechtmarkt is, waar je moet opvallen en scoren.

Mijn punt: durf, sta open voor ideeën, zet geen kruisjes achter namen, en onderzoek waar artistieke creatie en commercie elkaar versterken. Anders gezegd: kijk naar Het Grotere Plaatje. 

The Bigger Picture is o.a. via Spotify te beluisteren.

Wil je brainstormen hoe video in jouw Grotere Plaatje past, mail me dan rechtstreeks: henkjan@broadcastyourbusiness.nl 

In het programma Buiten Beeld interviewt Coen Verbraak mensen die werkzaam zijn of waren in tv-land. Het is een mix van presentatoren, een omroepbaas en mensen die buiten beeld zich het schompes werkten in vaak ongezonde werkomgevingen. Sla het rapport van de commissie van Rijn er maar op na.

In Buiten beeld zie je de gezichten van mensen die soms afscheid hebben genomen van de televisiewereld omdat ze geschoffeerd, gekleineerd en getreiterd werden, zonder dat er werd ingegrepen. Door die mensen in beeld te zien werd het voor mij nog indringender dan tijdens het lezen van artikelen over het rapport. Buiten Beeld is nog te zien op NPO Start of via Uitzending Gemist. Ga kijken!

Momenteel ben ik de serie Sleepers aan het kijken op Videoland. De serie ging eind 2022 al in première op televisie, maar stond bij mij nog op de wensenlijst. In de serie is het moord en doodslag, maar echt schokkend vond ik dat bij het begin van het tweede seizoen een van de hoofdrolspelers afhaakte. Wat heet: Maryam Hassouni stopte helemaal met acteren. 

Over het waarom schreef ze een boek met als titel What the Fak. Daarin beschrijft ze hoe tegenspelers en regisseurs van series en films zich seksistisch en racistisch tegen haar gedroegen, en dat ze vanwege haar Marokkaanse achtergrond vooral clichérollen kreeg aangeboden.

Wie Maryam Hassouni niet kent; op haar vijftiende brak ze door met de succesvolle tv-serie Dunya en Desie. En ze was de eerste Nederlandse actrice die een Emmy Award won. Een zeldzaam talent, dat niet werd gekoesterd, maar afgebrand door de televisie- en filmindustrie. 

Nog een voorbeeld van ongelijke behandeling dat voor mij dichter bij huis is, al speelt het in Hollywood. Eind vorig jaar was mijn vriendin Jennifer even over uit LA. In 1998 regisseerde ze de film Montana, starring Stanley Tucci, Kyra Sedgwick, Robbie Coltrane en de onvergetelijke Phili Seymour Hoffman. Haar toenmalige vriend Jon, nu haar man, had het script geschreven en zij leken een Hollywood koppel ‘in the making’.

Nu, 25 jaar later, heeft Jon een aantal succesvolle titels op zijn naam staan als scriptschrijver, waaronder het haaienspektakel Meg, maar Jennifer bleef steken op één film. ‘Eind jaren negentig was het als jonge vrouw heel lastig om in Hollywood kansen te krijgen,’ vertelde ze terwijl ik haar hielp met haar kerstinkopen in Amsterdam.

Jennifer en ik leerden elkaar kennen uit een zomerkamp in Amerika en het was vriendschap op het eerste gezicht. Ik was een Europese ‘counselor’ die judoles gaf en zij was een ‘camper’ die zich opvallend vaak voor die lessen inschreef. Inmiddels zijn we al 40 jaar bevriend, waarbij we elkaar, samen met onze partners, hebben ontmoet in New York, Parijs, Rome en Amsterdam. Het klinkt bijna als een Hollywood-script. 

Ze heeft weer filmplannen, omdat ze ‘in deze tijd meer kansen voor vrouwen in Hollywood ziet dan eind jaren negentig’. Dat lees ik de laatste jaren ook in artikelen over de filmindustrie. Mede wakker geschud door ‘Me-Too’-schandalen werkt men in Hollywood aan een filmlandschap met meer kansen voor onder meer vrouwen en etnische minderheden. 

Jennifer heeft een film noir in gedachten en Jon gaat het scenario schrijven. Ik duim voor ze. 

En ik hoop dat het televisie- en filmklimaat in Nederland zo verandert dat een talent als Maryam Hassouni zich weer veilig en welkom voelt om te gaan acteren, in een rol die alle clichés overschrijdt. 

Of je nu in de film- en t.v.-industrie werkt of in de wereld van corporate organisaties waarvoor ik mijn video’s maak; de conclusie van de commissie van Rijn ligt zo voor de hand dat het schrijnend is: ‘Doe gewoon een beetje normaal tegen elkaar.’

De uitreiking van de Golden Globes op 7 januari werd aangekondigd als de strijd tussen Barbie en Oppenheimer, twee films die de bioscoopkassa’s zo hard lieten rinkelen dat de media een ‘Barbenheimer’ hype creëerde. Er staat zelfs een ‘Barbenheimer’ trailer op You Tube.

‘Zero would be nice’, zegt generaal Groves, een rol van Matt Damon, in de film Oppenheimer. De generaal heeft net gehoord dat er een kans is dat de atmosfeer in brand vliegt bij het testen van de atoombom, met als gevolg dat de aarde vernietigd zou worden. Oppenheimer probeert de generaal gerust te stellen door te zeggen dat die kans ‘almost zero’ is, waarop de generaal onderkoeld zegt: ‘Zero would be nice’.

Het werd ook bijna ‘zero’ Golden Globes’ voor Barbie. Ze viel buiten de prijzen in alle belangrijke categorieën en kreeg de ‘troostprijs’ voor best presterende prijs aan de kassa. Dus je kunt ook zeggen dat Barbie de hoofdprijs had. ‘I cried all the way to the bank,’ hoor ik haar zeggen.  

Oppenheimer ontving vijf Golden Globe: beste film, beste regie, beste mannelijke hoofdrol, beste mannelijke bijrol en beste originele filmmuziek. Dat belooft wat voor de Oscars in maart.

Ik vergelijk de films met de woorden van generaal Groves in gedachten. Welke filmmaker nam nu meer risico en zette meer op het spel? Oppenheimer gaat over ‘de vader van de atoombom’, een explosief onderwerp dat de wereldgeschiedenis voorgoed heeft veranderd.

Er is visueel spektakel, maar naar mijn mening mist het script dat spektakel. Er zijn veel scenes met pratende hoofden en dan is drie uur best lang. En wat niet hielp: ik kende de afloop al van mijn geschiedenislessen op de middelbare school.

Barbie gaat over Barbie (en Ken), een minder explosief onderwerp. De pop met het lange blonde haar zag in 1959 het levenslicht en hoewel haar uiterlijk en kleding met de tijd meegingen, blijft ze vooral een klassieker waar veel jongeren herinneringen aan hebben.

Maar regisseur Greta Gerwig en ‘leading actress’ Margot Robbie lanceerden Barbie naar deze tijd en maakten een film waarover Herien Wensink, de chef van de kunstredactie van De Volkskrant, schreef: “Het koppelt een kitscherige meisjesfantasie op een bizarre manier aan een feministisch pamflet”.

Greta, Margot en speelgoedfabrikant Mattel staken hun nek uit, namen risico en schreven filmgeschiedenis met een opbrengst van 1 miljard dollar in de eerste 3 weken in de bioscoop.

Nu is Oppenheimer ook een blockbuster van jewelste, dus wie ben ik om kritiek te hebben, maar het komt door het zinnetje ‘Zero would be nice’.

Ik hoor dat vaak tussen de regels door als een opdrachtgever me uitnodigt om over een corporate video te praten. ‘We zijn een serieus bedrijf, we houden natuurlijk van humor, want wie niet, ha-ha-ha, maar niet ten koste van de boodschap, en o ja, de CEO wil graag en lang in beeld.’  

In mijn antwoord zeg ik dan tussen de regels door: ‘Risk zero, Get zero’. 

Je wilt je als organisatie onderscheiden; in geuren en kleuren laten zien dat je leuker en beter bent dan je concurrenten. Je wilt, nee, je moet je nek uitsteken en risico durven nemen om succes te oogsten.

Als je CEO voor fris en fruitig kan doorgaan, dan graag lang in beeld. Maar niemand zit te wachten op het netste jongetje of meisje van de klas, want dat zijn muurbloempjes. Saai behang. Die laten geen harten sneller kloppen. Die verleiden geen klanten of consumenten. Die zijn geboren in sepia kleuren en allang op weg naar de vergetelheid. Risk zero, get zero.

Maak van 2024 het jaar waarin je risico durft te nemen, maak een video waar mensen over praten en die ze doorsturen naar anderen. Ga voor de ‘talk of the town’ awards. Misschien win je er geen filmprijs mee, maar wel het hart van je klant of consument. En dan kun je net als Barbie zeggen: ‘I cried all the way to the bank.’

Durf je hierover met me te brainstormen? Mail me dan rechtstreeks henkjan@broadcastyourbusiness.nl

Wat is de link tussen die commercials en de baanbrekende TV-maker Norman Lear die op 3 december op 101-jarige leeftijd overleed? En waarom is dit interessant voor de communicatie van jouw organisatie?

Ik leerde het werk van Norman Lear kennen toen ik meeschreef aan comedyseries voor televisie. Hij was de producent en geestelijk vader van honderden TV-shows, waaronder de jaren 70 comedy hit All in the Family. En die show heeft televisie-comedy voor altijd veranderd. Voor mij waren alle afleveringen heerlijke leerstof.  

Voor wie All in the Family niet kent:

Archie Bunker, een conservatieve man met jaren 50 waarden botst continu met zijn schoonzoon Mike die de progressieve jaren 70 jaren zeventig belichaamt. Archie noemt Mike steevast ‘meatball’. Archie’s vrouw Edith is vooral aan het redderen. Dochter Gloria zit vaak in een loyaliteitsconflict  tussen haar man en haar vader.

Waar was dit baanbrekend voor die tijd? En waarom is het nog actueel?

In de Volkskrant een citaat van Norman Lear dat het verduidelijkt: ‘Ik wilde een discussie op gang brengen over de verschillende standpunten binnen een Amerikaanse familie. De meningsverschillen en ruzies binnen de familie Bunker gingen over racisme, feminisme, homoseksualiteit, Watergate en de oorlog in Vietnam. Dat waren onderwerpen waar heel Amerika thuis over sprak. Maar op tv vond je er ondertussen niets van terug,’

De personages in All in the Family ademden de tijdgeest. Vijf seizoenen achter elkaar stond de serie op 1 van de Nielsen Ratings, zeg maar de kijkcijfers. Dat was nog nooit eerder vertoond.

Ik doe de serie tekort, maar ik vat het succes van All in the Family samen in drie punten:

1.     Ademde de tijdgeest

2.     Motor van de serie – De jaren 50 versus de jaren 70; ieder maatschappelijk thema was aanleiding voor een komische botsing tussen Archie en Meatball.

3.     Saving grace – Archie Bunker -in 2009 uitgeroepen tot het beste comedy personage ooit- was een conservatieve mopperaar, maar hij zag eruit als een gezellige ronde opa. Door dat voorkomen vergaf je hem de soms extreme uitspraken. Amerikanen noemen dat ‘saving grace’. En als het erop aan kwam, koos Archie altijd voor zijn familie. Dan hoorde zelfs ‘meatball’ erbij.

Nu de link met de Jumbo en Kruidvat commercials. Dat zijn beide comedyseries met afleveringen van 30 – 60 seconden. En voor zover ik weet zijn de kijkcijfers goed.  

In beide series volgen we het wel en wee van een gezin.

Bij Jumbo is dat een hecht gezin, waar de generatiekloof tussen ouders en kinderen voor humor zorgt. Dat is de motor van de serie die zachtjes zoemt, we zien vooral het leven van alledag. Het is meer tijdloos dan dat het de tijdgeest ademt.

Bij Kruidvat volgen we Lies, een alleenstaande moeder met twee kinderen. De motor van de serie is de worsteling van Lies met haar leven; rondkomen, op zoek naar de liefde, dealen met haar bijdehante kinderen. Lies moet materieel en emotioneel de eindjes aan elkaar knopen, je voelt bij haar de druk van inflatie, energiecisis en zelfs armoedegrens. Lies ademt de tijdgeest.  

Alle acteurs in beide series zijn gezegend met ‘saving grace’. Je vergeeft ze hun foutjes en leeft met ze mee. En wat veel mensen onderschatten: ze kunnen comedy spelen. Dat is het lastigste genre weet iedere acteur en schrijver.

Hoe scoort jouw communicatie op deze drie punten?

Ook als je geen serie commercials op televisie hebt lopen, is het interessant om een check te doen.

o   Sluiten mijn uitingen aan op de tijdgeest?

o   Hebben de hoofdrolspelers van mijn campagne ‘saving grace’?

o   Wat is de motor van mijn communicatie? Wat botst met wat, wie botst met wie? Zonder wrijving geen glans.

Vooral dat laatste vinden veel organisaties spannend. Ze blijven ver weg van wrijving, terwijl juist dat de aandacht opeist. En humor is een fijne verpakking om het op te dienen. Al lachend raakt jouw publiek ontvankelijk voor jouw boodschap. 

Voor de komende tijd: wat is de motor bij je thuis? En welke wrijving geeft glans? Aan de kerstdis kun je er zomaar achter komen. Toch je schoonzoon, die ‘meatball’?

Geniet tot de laatst klokslag van dit jaar. 

Wil je in 2024 jouw communicatie-motor een humor injectie geven? Mail me voor een vrijblijvende brainstorm: henkjan@broadcastyourbusiness.nl

Op het moment dat de Sovjet Unie in 1991 uit elkaar viel stond Naomi Campbell op de cover van Time magazine. Dat geeft aan wat voor status Naomi, maar ook Christy, Cindy en Linda in die tijd hadden. Ze waren geen modellen, maar Super Models. ‘Beauty and the Bucks’ staat er op de cover van Time Magazine bij de foto van Naomi. 

Nieuw op Apple TV: de 4-delige documentaire The Super Models over hoe Naomi Campbell, Christy Turlington, Cindy Crawford en Linda Evangeliste de business waarin ze werkten voorgoed veranderden.

Voor mij is het ‘a trip down memory lane’, want in 1987 ging ik in Amsterdam stage lopen in de mode marketing. Dat zat zo; voor mijn studie communicatiewetenschappen had ik twee specialisaties: scenarioschrijven en marketing. En ik was altijd al gefascineerd door de mode-industrie. Dus dat werd het onderwerp van mijn afstudeerscriptie.

Om bij te verdienen schreef ik me in bij een modellenbureau en liep ik welgeteld één modeshow. Het was wel een hele week drie keer per dag op een beurs voor het betere leven. Maar na 20 dezelfde shows wist ik wel dat dit niet mijn roeping was. Daar waren de boekers op het modellenbureau het mee eens.

De grote doorbraak van Naomi, Christy, Cindy en Linda moest toen nog komen. Zij waren vanaf hun zestiende jaar modellen in de klassieke zin: om kleding te showen. Hun mening telde niet mee. Cindy ging met lang haar naar een klus in Rome en kwam kortgeknipt terug, terwijl ze vooraf had gezegd dat ze dit niet wilde. 

Fotografen en de agenten van de modellenbureaus hadden het voor het zeggen. En daar zaten foute types tussen, zoals Gerard Marie, een van de directeuren van het gerenommeerde bureau Elite Models.

Linda Evangeliste trouwde met hem en werd misbruikt. ‘Alleen mijn gezicht raakte hij niet aan, want dat bracht geld op,’ vertelt ze in de documentaire. Ze was niet zijn enige slachtoffer. 16 modellen, waaronder de Nederlandse Karen Mulder, klaagden hem aan voor aanranding en verkrachting. Ze werden niet geloofd.

Hoe hebben deze 4 dames die door (foute) mannen geregeerde business naar hun hand kunnen zetten? Voor mij is het een combinatie van 2 factoren die niet alleen in de modellen business gelden, maar in alle branches

1.    Timing is everything. Na jarenlang hard werken waren ze de juiste gezichten op het juiste moment.

In januari 1990 zette de Britse Vogue ze op de cover als de gezichten voor het komende decennium. Fotograaf Peter Lindbergh wordt wel de vader van The Super Models genoemd, want hij maakte de inmiddels iconische coverfoto.

Een paar maanden later werden ze geregisseerd door David Fincher, die later doorbrak met o.a. Se7en en The Fight Club. Ze playbackten in de filmische videoclip van het nummer Freedom van George Michael, die zelf niet meer in videoclips wilde verschijnen.

Freedom knalde uit de speakers toen ze begin 1991 de show van modeontwerper Gianni Versace openden. Arm in arm met de ontwerper liepen ze over de catwalk; de transformatie van model naar Super Model was voltooid.

2.    Cross over. De vijf verbonden werelden die daarvoor gescheiden waren; glossy magazines, modeshows en videoclips.

Het maakte hen celebrities die zelf bepaalden voor welk merk en met welke fotograaf ze werkten. Ze werden de koninginnen van de catwalk; beginnende ontwerpers braken door als zij meeliepen in hun show. Gearriveerde ontwerpers, zoals Valentino, klaagden dat The Super Models meer aandacht kregen dan de haute couture. 

Nu maak ik een cross over van The Super Models naar de verkiezingen. Timing is everything, want ik kom net uit het stemhokje. 

Stel: je staat als organisatie midden in de samenleving en je weet dat veel van jouw klanten het moeilijk hebben. Welke video moet je dan nu maken om ze te helpen? 

Om je te helpen met het antwoord heb ik drie vragen als leidraad:

Ja?

Picture this: jouw video gaat over hun urgente probleem, waar ze al weken op tv, radio in de krant en online meningen over horen. Maar jij biedt geen mening, nee, jij biedt een oplossing. Een product of dienst waar ze werkelijk mee zijn geholpen.

Interessante cross over? Op het juiste moment? Mail me dan voor een brainstorm: henkjan@broadcastyourbusiness.nl

Ik moet ongeveer 10 zijn geweest toen ik de film Jesus Christ Superstar in een bioscoop in Zwolle zag. Het was een gezinsuitje en ik weet nog goed wat ik voelde toen ik de film zag: ik was ‘blown away’. The songs, the groove, the sixties feel, en de teksten voor zover ik ze als 10-jarige begreep.

Als ik niet zo verlegen was geweest, en niet naast mijn ouders, broer en zus had gezeten, en niet uit Zwolle was gekomen, was ik opgesprongen om mee te dansen en te zingen.   

Tim Rice is de tekstschrijver van Jesus Christ Superstar en toen ik zag dat hij een cursus gaf op BBC Maestro heb ik daar een abonnement genomen. Tim Rice is de meester die onderricht in Writing and performing Muscial Theatre.

Sir Tim Rice, want in de UK staan succesvolle schrijvers in hoog aanzien. Componisten ook, want Sir Andrew Lloyd Webber schreef de muziek van JC Superstar.  

Het was de derde musical die ze samen maakten. Sir Tim was toen 25, Sir Andrew 22!

Insight van Sir Tim: ‘Als het meteen als musical zou zijn gebracht, was het nooit zo’n succes geworden,’ vertelt Tim Rice. JC Superstar werd als rockalbum in de markt gezet. ‘Daardoor sprak het een veel breder publiek aan.’

De platenmaatschappij had zoveel vertrouwen in het duo dat ze de 22 jarige Andrew carte branche gaven. Dat hebben ze geweten. Voor de titelsong Superstar huurde Andrew een volledig orkest en een koor in, aangevuld met de in die tijd beroemde Trinidad Singers en The Grease Band. Dat was de vaste band van Joe Cocker en een van de beste ritme secties van de late jaren zestig en zeventig.

‘Dat was bij elkaar zoveel geld,’ vertelt Tim, dat de spanning voelbaar was toen ze het resultaat aan de directeur van de platenmaatschappij lieten horen. Die luisterde, was stil en zei toen vol ongeloof: ik wil het nog een keer horen. Het was revolutionair voor die tijd.

De investering heeft zich vele malen uitbetaald. JC Superster werd een klassieker.

Dat JC Superstar mij als 10-jarige raakte, kwam niet door het verhaal, want dat kende ik al. Ik ben van gereformeerden huize en dat betekende: een christelijke school, zondagsschool, (later) catechisatie en naar de kerk. Het enige wat ik in de kerkbanken dacht, was: hoelang kan een preek duren? Ik viel ik in slaap bij het verhaal, terwijl ik in de bioscoop wilde dansen en zingen.

Mijn punt: durf te rocken, ook als het verhaal al vaak is verteld. Bijvoorbeeld het verhaal van jouw organisatie.

En ga me niet vertellen dat je een serieuze boodschap hebt, of dat het wetenschappelijk van aard is, of dat het een precair onderwerp is., of dat jouw publiek in een hoog segment zit.

Dan zeg ik: wil je dat jouw publiek gaat kijken of gooi je je geld weg? Niet iedere corporate video heeft een rock-soundtrack nodig, maar je moet de kijker  wel op het puntje van de stoel krijgen. Van begin tot en met de ‘call toaction.’En dat kan met ieder onderwerp.

Nog een insight van Sir Tim. Toen Andrew en hij aan JC Superstar begonnen, zeiden deskundigen: ‘dat wil niemand zien, want iedereen kent dat verhaal.’

Toen ze voor hun volgende musical het leven van Evita Perron als onderwerp kozen,  zeiden deskundige: ‘dat wil niemand zien, want niemand kent dat verhaal’.

Evita met de hit Don’t cry for me Argentina werd ook een klassieker.

Tim Rice eindigt de cursus Writing and performing Muscial met 10 golden rules .

Dit is zijn top 3.

  1. Nobody knows nothing
  2. Story is King
  3. No preaching

Story is king, maar ga niet preken, laat jouw onderwerp rocken.

Wil je brainstormen over hoe jouw corporate video kan rocken, mail me dan rechtstreeks: henkjan@broadcastyourbusiness.nl

In het satirische tv-programma Little Britain komt een sketch voor waarin een man een lening probeert aan te vragen. De onderuit gezakte bankemployee voert het gewenste  bedrag in en zegt vervolgens: ’Computer says no’. Ook als de man een lager bedrag vraagt of aangeeft de manager te willen spreken, is het antwoord: ‘Computer says no.’

Overgang naar een nare droom: een CEO stapt voor de camera, zij heeft een kwartiertje kunnen vrijmaken voor de opname, en terwijl ik door de monitor het beeld beoordeel, hoor ik luid en duidelijk in mijn hoofd ‘Camera says no’. Daar probeer ik koortsachtig om heen te regisseren.

‘Kun je iets dichterbij komen, naar links draaien, rechts, iets verder weg, ja, nog iets verder, ga de hoek maar om.’ Maar niks lijkt te helpen. De camera blijft ‘no’ zeggen. Zwetend schrik ik wakker. The camera loves you. Or not. In Hollywood zeggen regisseurs het zonder schroom tegen acteurs tijdens een casting. Gevoelig ego? Ga niet in Hollywood werken.

Bij een corporate video ligt dat lastiger. Je opdrachtgever staat voor de camera en heeft soms van tevoren al geroepen het doodeng te vinden. Je ziet de pareltjes zweet al op het voorhoofd verschijnen. Dus het is geen lekker moment om terloops mee te delen ‘camera says no’.

Daarom doe ik altijd een intake via Zoom of Teams. Mijn computercamera zegt meteen ‘yes’ or ‘no’. En daar kan ik dan op anticiperen. ‘Heb je een collega waarmee je dit samen zou willen doen?’ ‘Ik ken een goede visagiste. Ze werkt vaak samen met een fantastische styliste.’   

Maar ik heb geleerd dat je daarbij rekening moet houden met de mores van de tijdgeest. Dat leermoment kwam tijdens een Zoom-intake met een startende ondernemer die gezonde drankjes op de markt wilde brengen. Leuke gozer, positieve energie, goed verhaal, maar de ‘camera said no’.

Ik wist ook meteen waarom. Er zat iets op zijn gezicht, ik denk dat het was bedoeld als een hipsterbaard, maar het gezicht had op verschillende plekken ‘no’ gezegd. Luid en duidelijk. De wannabe-baard hing vlassig aan de wangen, met en een laffe sik eronder. Het leek alsof hij een enge ziekte onder de leden had.

Dat zei ik niet, maar ik vroeg wel of hij het een probleem zou vinden om glad geschoren voor de camera te verschijnen. Hij gaf niet veel reactie, maar zei dat hij erover zou nadenken.

Dezelfde middag kreeg ik een gepeperde email van zijn communicatieadviseur. Hoe durfde ik iemand te beoordelen op zijn uiterlijk. Had ik weleens van diversiteit en inclusie gehoord? Hoe oud was ik eigenlijk?Dat laatste riekte naar leeftijdsdiscriminatie, maar dat hield ik voor me.

De volgende dag had ik op mijn verzoek de communicatie dame en de starter op Zoom. Ik heb het niet over zijn uiterlijk gehad, maar gezegd dat hij weliswaar als zichzelf in beeld komt, maar ook een rol speelt. De rol van starter met gezonde drankjes. ‘Dat is hij ook,’ riep zij.   ‘Ja,’ zei ik, ‘dat weet jij, dat weet ik, maar gelooft het publiek dat naar de video kijkt het ook?  Willen ze na het kijken meteen een kratje bestellen?’

Je wilt resultaat behalen met je video en dat bereik je niet door de gewoonste versie van jezelf te laten zien, je dagelijkse kloffie, de slaap nog in de ogen. Nee, je moet durven schitteren voor de camera. Dat geldt voor een Hollywood film, maar misschien nog wel meer voor een corporate video. Jouw publiek ziet jou niet op het grote doek, maar op het kleine scherm van de laptop of het nog kleinere scherm van hun mobiel.

Mijn regie-aanwijzing voor iedere corporate video: maak het groter, geen ‘overacting’ met gekke bekken, maar wel vol energie en overtuiging. Je moet het publiek voor je winnen. 

‘Hoe vinden jullie het om samen voor de camera te staan’ vroeg ik vervolgens, want de camera zei ‘yes’ toen ze samen in beeld kwamen. Er was chemie tussen die twee; zij was meer dan zijn communicatie adviseur, dat zag je meteen. Dit stel was dol op elkaar.

En chemie, dat kun je niet regisseren. Dat is er of dat is er niet. En het is een kadootje als je video’s maakt.   

Na de opname – no hipster baard – gaf ze me een compliment. ‘Je bent me meegevallen,’ zei ze. ‘Voor mijn leeftijd?’ wilde ik zeggen, maar ik hield me in.  

Wil je brainstormen, live of via Zoom, over hoe je ‘groter’ kunt zijn in je corporate video, mail me dan rechtstreeks henkjan@broadcastyourbusiness.nl

#HireHuman las ik in een LinkedIn post van een kennis die o.a. als voice over zijn boterham verdient. Een dag nadat ik het bericht zag, vroeg een opdrachtgever of hij voor een video een stemacteur moest inhuren of dat AI Voice Generator zou volstaan.

Human of AI, that’s the question. En die vraag wint iedere dag aan actualiteit.

Laten we beginnen bij de AI Voice Generators. De keuze is reuze: Lovo, Speechify, Eleven Labs, Speech Synthesis, Murf, Wellsaid, Amazon Polly. Het zijn een paar titels uit een snel groeiend aanbod. Doel van al deze AI Voice Generators is hetzelfde : zo natuurlijk mogelijk klinken. Als een mens dus.

Maar dan goedkoper. Of: gratis.

In Hollywood zijn de scenarioschrijvers inmiddels weer aan het werk, maar de acteurs staken nog door. Eén van de redenen: ze willen niet dat hun stem na een opnamesessie terechtkomt in een databank van een AI Voice Generator. De ontwikkelaars van deze software verkopen namelijk abonnementen met soms honderden stemmen erbij. Superdeal.

Maar niet voor de stemacteurs.

Bij de actuele stand van zaken kan een acteur haar stem terug horen onder een commercial waar ze niet voor is betaald. Nou ja, een vervorming van haar stem, want er moet aan allerlei knoppen worden gedraaid om het passend te krijgen. Anders gezegd: die ‘geleende’ stem uit de databank kan ook nog afbreuk doen aan de reputatie van die stemacteur.‘Hoorde ik nou jouw stem onder die commercial voor een allesreiniger? Was je verkouden toen je het opnam?’ 

Nieuwe technologie vraagt om nieuwe overeenkomsten. Strike!

Dan de humans. Tim, Machteld, Reindert, Michael, Claire, Joëlke zijn zo een paar namen van stemacteurs met wie ik graag werk. Uitgerust met lenige stembanden kunnen ze tot op de komma timen, ritme en melodie (zonder te zingen) in een tekst aanbrengen, wisselende emoties spelen en een rol tot leven laten komen.

Nog wat namen van humans. Maykel, Fleur, Henk, Michel en Paul zijn technici die in geluidsstudio’s achter de knoppen zitten. En die lui horen echt alles; iedere nuance in een zin, in een woord, in een uitroepteken. Door jarenlang voice overs op te nemen is hun gehoororgaan ontwikkeld tot een supersensitief zintuig.

Ik ben altijd blij dat die superbe oren naast me zitten tijdens een opnamesessie, want ik wil me focussen op het regisseren van de stemacteur. ‘Nog een keertje, maar dan alsof je het aan een goede vriendin vertelt, want het is een intiem product.’ Wie het eindproduct hoort, heeft vaak geen idee hoeveel takes er zijn gedaan.

Regisseur, technici, stemacteur én opdrachtgever; dat is de ideale bezetting in een opnamestudio. De opdrachtgever kan ter plekke reageren, bijvoorbeeld als een stemacteur als optie geeft: ‘Heb je liever een Brits of een Amerikaans accent?’

 Zo’n vraag krijg je niet van een AI gegenereerde voice, want die kan (nog) niet meedenken. En laat zich ook niet regisseren. 

Dus mijn opdrachtgever heb ik als advies gegeven ‘Hire Human’.  Wil je meer weten over AI Voice Generators versus Humans, mail me dan rechtsreeks henkjan@broadcastyourbusiness.nl